Geen categorie

Pleegzorg schreeuwt om tekort

Elk jaar komen er meer dan 6000 weeskinderen bij in Nederland. Er zijn verschillende redenen waardoor kinderen wees worden. Kinderen kunnen wees worden doordat zij beide ouders verliezen. Er zijn ook gevallen waarbij de ouders niet de middelen hebben om voor het kind te zorgen en het kind daarom afstaan. Soms komt het voor dat een kind niet gewenst is en beide ouders geen verantwoordelijkheid nemen. Kinderen worden dan vaak ondergebracht bij pleeggezinnen wanneer familie of kennissen geen optie is. 

 

Pleeggezinnen 

Voor de opvang van kinderen zonder ouder stelllen gezinnen zich beschikbaar om de zorg op hen te nemen. Deze gezinnen worden pleeggezinnen genoemd. Jaarlijks melden ruim 2500 gezinnen zich aan voor het pleeggezin programma. Daarnaast stoppen jaarlijks ook ongeveer zo’n 2300 gezinnen. In 2018 telde Nederland zo’n 16.500 pleeggezinnen. Ondanks het grote aantal pleeggezinnen is er een groot tekort ontstaan. Jaarlijks zijn er zo’n 3500 pleeggezinnen nodig. Dat is dus een tekort van 1000 pleeggezinnen per jaar. Dit zorgt voor grote problemen bij de kinderen. Zij kunnen zo moeilijk hun weg vinden door de lastig ‘thuis’ situatie wat zich reflecteert op school. 

Effecten op de lange termijn

Kinderen die geen goede start ervaren krijgen op latere leeftijd hier vaak last van. In hun jeugd ervaren ze een gemis of een gevoel dat er iets in hun gezin niet klopt. Dit hoeft niet altijd het geval te zijn maar uit vele psychologische onderzoeken ervaren vele weeskinderen psychologische klachten zoals depressie, angstklachten of relatieproblemen op latere leeftijd. Door op jonge leeftijd in onbekende kringen te treden, worden kinderen beschermd en bouwen zij een denkbeeldige muur om zich heen. 

 

Zoektocht naar je ouders

Naarmate kinderen ouder worden en hun draai kunnen vinden in het leven ontstaan er toch vragen. In sommige gezinnen is er nooit gecommuniceerd over het feit dat kinderen geadopteerd zijn. Sommige pleeggezinnen denken dat dit niet nodig is wanneer zij de zorg van jonge kinderen op zich nemen. Deze personen merken de verschillen met hun pleegouders op en willen er achter komen of dit daadwerkelijk hun biologische ouders zijn. Soms starten zij zelf een zoektocht wanneer er van begin af aan bekend is dat zij geadopteerd zijn. Middels een vaderschapstest  of moederschapstest kunnen pleegkinderen hun DNA vergelijken met dat van hun pleegouders of met personen waarvan zij een vermoeden hebben dat zij de biologische ouders zijn. Zulke testen bieden 99,999% zekerheid. Voor pleegkinderen biedt dit antwoord op de onzekerheid die zij ervaren. Duidelijkheid brengt rust en helpt bij de vraag over wie zij zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *